Overgave heeft drie kanten.

 

Ik geef mijzelf over aan:

1. de winnaar, in de hoop dat deze mij niet volledig en voorgoed uitschakelt,

2. mijzelf, en laat — vaak onbewust en soms bekwaam — de ander ervaren hoe ik door het lint kan gaan, los van gevolgen voor mijzelf, voor wat mij dierbaar is en voor de ander,

3. een andere uitweg: vluchten of verbinden — waarbij verbinden de deur opent naar wat daarna met de ander samen kan ontstaan.

 

Vergelijkbaar zoals bij wederkerigheid ontstaat mijn keuze in het moment, in mijzelf, mijn geweten en liefst met de ander.

Zo nodig houd ik ruggespraak met mijn gemeenschap — alleen of samen met de ander.

En, hoe ik mij uiteindelijk overgeef, bepaalt het einde van het gevecht en de ruimte voor wat er voor ons samen overblijft of ontstaat.

En, de winnaar hoeft beslist niet altijd een andere mens te zijn.

Het kan ook een dier of een ding zijn, of

... een hardnekkige gewoonte die voor mij te sterk is om weerstand aan te bieden.