Traditie

 

Helpt de dodenherdenking mij om na te gaan denken over hoe ik nu en in de toekomst leef?

 

“Dat nooit weer” vind ik een prachtige wens.

Deze wens is slechts een achteruitkijkspiegel.

Er mist een blik vooruit: wat dan wél?

 

Stel dat wat nu “zo hoort”

een voortdurende, levende beweging in mijzelf is geworden?

 

Dat ik stilsta

wanneer iets mij raakt.

 

Op mijn moment.

Zolang als nodig.

 

Dat ik het verleden toelaat,

zodat het iets kan betekenen

in hoe ik vandaag en verder leef.

 

Bouwen aan mijn toekomst

en die van de rest van de natuur,

wanneer ik de energie en de kracht voel om bij te dragen.

 

Met feesten die spontaan ontstaan

wanneer er iets te vieren is,

zoals ook ellende zich zomaar aandient.

 

Herdenken leeft pas wanneer vorm en gevoel elkaar raken.

Volgen houdt vorm in stand,

ervaren geeft betekenis.

 

De eerbied voor wie er niet meer zijn

ligt voor mij in hoe ik omga met wat er wél is.

 

In keuzes die ik nu maak.

In aandacht.

In handelen.

 

Met wat ik heb geleerd

en een visie die in beweging blijft

door wat ik zie veranderen.

 

De wens “Dat nooit weer”

krijgt betekenis in wie ik ben

en kan zijn.

 

Vrij voelend, gewetensvol, alert,

met zelfvertrouwen en gezonde twijfel,

gericht op mogelijkheden

en mijn verantwoordelijkheid

om daar iets mee te doen.