Wederkerigheid heeft drie kanten.

Ik :

1. doe iets terug — geef, betaal of ruil,

2. neem wraak; "betaal met gelijke munt terug",

3. bedank of koppel terug wat het met mij deed, of beide,
en vertrouw dat wat ik ontving gemist kon worden of via een andere weg zal komen.

 

Vergelijkbaar zoals bij overgave ontstaat mijn keuze in het moment, in mijzelf, mijn geweten en liefst met de ander.

Zo nodig houd ik ruggespraak met mijn gemeenschap — alleen of samen met de ander.

En, wat ik teruggeef, vormt wellicht de ander en de ruimte waarin wij samen verder gaan.

En, mijn wederkerigheid beperkt zich niet tot andere mensen. 

Het kan ook een dier of een ding zijn, 

... of een dierbare gewoonte.